Dure geneesmiddelen: een probleem voor de volksgezondheid in Nederland?

Door een toename van diagnose en behandelmogelijkheden neemt de incidentie en prevalentie van zeldzame aandoeningen snel toe. Onder andere als gevolg hiervan groeit ook het aantal geregistreerde weesgeneesmiddelen. Ter vergelijking: in de jaren 2006-2010 werden en 686 registratie-aanvragen ingediend voor weesgeneesmiddelen bij de European Medicine Agency (EMA); tussen 2011-2015 waren dat er 1151, en in 2016 alleen al 329. Het aantal nieuw toegekende EMA-registraties, nam toe met een factor ~4 tussen 2010 en 2016.

Vanwege de relatief kleine afzetmarkt voor weesgeneesmiddelen (en soms ook de minder strenge eisen ten aanzien van kosteneffectiviteit), is het prijskaartje van deze medicijnen doorgaans erg hoog: per patiënt per jaar soms wel honderdduizenden euro’s. Naast deze weesgeneesmiddelen zijn er ook steeds meer dure geneesmiddelen die niet uitsluitend voor patiënten met zeldzame aandoeningen zijn bedoeld. Dit zijn bijvoorbeeld medicijnen tegen complexe, maar veel voorkomende aandoeningen, zoals kanker. Deze medicijnen kosten al gauw tienduizenden euro’s per patiënt per jaar. De totale kosten van door ziekenhuizen verstrekte dure geneesmiddelen bedroegen in 2016 zo’n 1,9 miljard euro. De prognose is dat deze met 100 miljoen per jaar blijven stijgen. Deze kosten moeten worden betaald uit het budget dat de ziekenhuizen afspreken met de zorgverzekeraars, en hebben dus direct invloed op de zorgpremies. Dit roept de vraag op of we de sterk oplopende medicijnkosten binnen ons budget kunnen houden of dat de excessieve kosten een probleem gaan vormen voor de volksgezondheid?

Op het voorjaarssymposium dure medicijnen zei Wouter Bos, bestuurslid van VUmc, hieromtrent: “de druk op de gezondheidsbudgetten neemt steeds verder toe door de enorme kostenstijgingen en veel pijnlijke keuzes moeten daardoor gemaakt gaan worden”. Hiermee doelt hij op de ontwikkeling dat sommige medicijnen straks niet meer te betalen zijn voor zorgverzekeraars en ziekenhuizen waardoor patiënten niet de beste zorg kunnen krijgen. Een voorbeeld van deze ontwikkeling uit de US is Turing Pharmaceuticals, die een 62 jaar oud medicijn, gebruikt tegen ernstige parasitaire infecties en ziektes die het immuunsysteem verzwakken, opkocht en de verkoopprijs ervan verhoogde van 14 naar 750 dollar per tablet. Kan het dan zo zijn dat farmaceuten ook zo’n excessieve kostprijs, welke alleen dient voor enorme winstmarges, hanteren in Nederland?

Wie zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor deze kosten en hoe kunnen we deze kosten in de hand houden? Vanuit verschillende perspectieven werd hierover gesproken. Namens de zorgverzekeraars sprak Bart Benraad, programmamanager dure geneesmiddelen bij Zorgverzekeraars Nederland. Hij zei dat ziekenhuizen een betere onderhandelingspositie hebben verkregen sinds zij hun netto inkoopprijzen niet meer bekend hoefden te maken. Hierdoor kunnen ziekenhuizen slimme prijsafspraken maken met alle farmaceuten en de uitgaven voor geneesmiddelen beperken. Dit is in navolging van de uitspraken van Minister Schippers die aangaf dat “afdingen werkt”, en de resultaten zijn veelbelovend: besparingen worden geschat op meer dan 200 miljoen euro per jaar. Echter zijn de veelbelovende onderhandelingen niet meer te controleren door het afschaffen van de transparantie in de markt.

Nadat Wouter Bos de farmaceutische industrie aanviel met de vraag “hoe kan het dat farmaceuten een winstmarge hebben van boven de 40% terwijl buiten de zorg winstmarges rond de 10% liggen?” schetste Alfred Bein, algemeen directeur van Novartis Nederland, een van de grootste farmaceutische bedrijven het beeld van hun kant. Kosten van de medicijnen liggen zo hoog, omdat slechts een klein deel van hun Research en Development (R&D) tot nieuwe medicijnen leidt en de opbrengst daarvan alle R&D kosten moet dekken (dus ook voor het ontwikkelen en testen van producten die niet het stadium van verkoopbaar medicijn bereiken). Daarnaast investeert Novartis jaarlijks meer dan 9 miljard Euro in R&D. Welk percentage dit is van de totale omzet, wilde Dhr. Bein niet prijsgeven. De reactie van het publiek was mede daardoor zeer negatief: het wordt als onacceptabel ervaren dat een gezondheidsconcern mensen disproportioneel veel laat betalen voor de gezondheidswinst die producten opleveren, om er zelf met enorme winsten vandoor te gaan.

Bestaat er een andere oplossing dan de huidige samenwerking en prijsonderhandelingen met farmaceuten door ziekenhuizen en verzekeraars? Misschien is het zinvol als medicijnen en andere producten geëvalueerd worden ten aanzien van hun kosteneffectiviteit en dat we naar een “value-based system” streven waar bedrijven worden betaald voor de additionele gezondheidswinst die producten opleveren. Hierover spraken Maarten Postma, hoogleraar farmaco-economie aan UMCG/RUG en Marja Pronk, market acces consultant bij MHPRONK. Het Zorginstituut Nederland heeft een gelijke visie ingenomen en zorgt ervoor dat nieuwe medicijnen met een therapeutische meerwaarde en een kostenbeslag van ten minste 2,5 miljoen euro in aanmerking komen voor een beoordeling door hetzelfde instituut. Het Zorginstituut geeft dan per medicijn een advisering uit met behulp van een risicogerichte beoordeling, een initiële beoordeling en een eventuele voorwaardelijke financiering. Het laatstgenoemde is van toepassing wanneer nieuwe medicijnen veelbelovend zijn, maar er nog onzekerheid bestaat over de (kosten)effectiviteit en deze onzekerheid mogelijk met verder onderzoek kan worden opgehelderd.

Bovenstaande, verschillende perspectieven laten zien dat samenwerking tussen alle stakeholders hard nodig is. Nieuwe medicijnen moeten worden beoordeeld op basis van kosteneffectiviteit en de prijs zou moeten worden bepaald op basis van de gezondheidswinst die het nieuwe medicijn oplevert in vergelijking met de bestaande behandeling. Farmaceuten moeten uiteraard beloond worden voor het ontwikkelen van nieuwe, betere behandelingen, hetgeen idealiter zou leiden tot een meer evenwichtige verhouding tussen winstmarges en uitgaven aan R&D. Zolang we deze principes niet hanteren, hebben de farmaceuten vrij spel en bepalen zij wat op de markt gaat komen tegen welke prijs. Hierdoor bestaat inderdaad het gevaar dat op den duur de ziekenhuizen en verzekeraars medicijnen niet meer kunnen betalen en de te dure geneesmiddelen een probleem voor de volksgezondheid worden.

Written by:
Daan Mathijssen, Lotte Steuten and Bert Vrijhoef